Leven & Strijden (fragment)

Tiqqun

We moeten een manier van strijd vinden waarbij de vernietiging van Empire[a] niet langer een verplichting is die ons doet sterven, maar een activiteit die ons meer en meer laat leven.

 (..)

 Het klassieke abstracte idee van een oorlog die zal uitmonden in de totale confrontatie, waarin ze eindelijk haar essentie zal vinden, is achterhaald. Oorlog zal zichzelf niet langer laten isoleren als een momentopname van ons bestaan, dat van de beslissende confrontatie; vanaf nu is het ons bestaan zelf, in al haar aspecten, dat de oorlog vormt. Dit betekent dat de eerste zet in deze oorlog de herovering is. De herovering van de middelen om te leven en te strijden. En ook de herovering van plaatsen: van kraakpanden, van bezettingen en van het gemeenschappelijk maken van ‘privé’ plaatsen. De herovering van het gemeenschappelijke: van manieren om met elkaar te communiceren, van betekenissen, van autonome cultuur om de overdracht van ervaring uit handen van de staat te nemen. De herovering van het geweld: het gemeenschappelijk maken van strijdtechnieken, het vormen van zelfverdedigingkrachten, het opbouwen van ons arsenaal. En de herovering van de elementaire overlevingsmiddelen: de verspreiding van medische kennis, van onteigeningstechnieken, de uitbreidende organisatie van een autonoom netwerk om allerhande zaken te verkrijgen.

 (..)

 Waar we het hier over hebben is de opbouw van onze beweging als een ‘warmachine’[b]. Een warmachine is een zekere samenkomst van leven en strijden, een samenkomst die nooit toeslaat zonder tegelijkertijd te eisen om opgebouwd te worden. Want iedere keer dat een van deze twee delen op wat voor manier dan ook afgescheiden wordt van de ander, raakt deze warmachine van haar koers, dan ontspoort ze. Als het moment van leven exclusief benadrukt wordt, wordt ze een getto. Dit komt naar voren in de noodlottige moerassen van ‘het alternatief’ dat meer van hetzelfde verkoopt onder het mom van ‘een andere manier van leven’. Het grote aantal gekraakte sociale centra in Duitsland, Italië of Spanje maken pijnlijk duidelijk hoe gesimuleerde ‘externaliteit’ aan Empire een waardevolle aanwinst kan zijn in de kapitalistische valorisatie.

De getto, het excuus voor ‘alternativiteit’, het privilege toegekend aan al haar introspectieve en morele aspecten, de neiging om zichzelf neer te zetten als afgezonderde maatschappij die de aanval op de kapitalistische machine afzweert, de ‘sociale fabriek’, is dit alles misschien het resultaat van de rapsodische en benaderende ‘theorieën’ van Valcarenghi [de voorzitter van de counterculture publicatie ReNudo] en zijn vrienden? En is het niet vreemd dat zij ons een ‘subcultuur’ noemen nu al hun bloemerige, pacifistische shit in crisis verkeert? schreven de autonomisten van Senza Tregua al in 1976.

(..)

Omgekeerd, als het moment van strijden exclusief benadrukt wordt, dan vervalt de warmachine tot een leger. Alle militante formaties, al die verschrikkelijke gemeenschappen zijn warmachines die hun eigen uitroeiing hebben overleefd in versteende vorm. Het is deze overdaad van de warmachine in verhouding tot al haar strijdbare handelingen waar de introductie van een verzameling teksten over Autonomia, onder de naam Het recht op haat, op wees:

In een poging om een chronologie op te stellen van dit hybride en in veel gevallen tegenstrijdige subject dat de kop op stak in de zone van de autonomie, zie ik mezelf terugvallen op het reduceren van de beweging tot een som van gebeurtenissen, terwijl de realiteit van haar worden-tot-warmachine zichzelf slechts opwerpt in de transformatie die het subject uitwerkt, op concentrische wijze, rondom iedere confrontatie.

Er is geen warmachine behalve in het moment van beweging, zelfs wanneer ze geketend, wanneer ze onzichtbaar is, dat haar toename van macht volgt. Het is deze beweging die er voor zorgt dat de krachtsverhoudingen die haar doorkruisen zich nooit nestelen in machtsrelaties.

Onze strijd kan overwinnen, dat wilt zeggen doorgaan, kan haar kracht vergroten, op voorwaarde dat ze de confrontatie altijd ondergeschikt maakt aan onze positiviteit. Probeer nooit hoger te richten dan je positiviteit toestaat is het centrale principe van alle warmachines. Iedere ruimte die we terug heroveren moet corresponderen met onze capaciteit om hier een invulling aan te geven, om haar om te bouwen, om haar te bewonen. Niets is erger dan een overwinning waar we niets mee kunnen. Voor veel essentiële zaken zal onze oorlog een stille oorlog zijn; vol van schijnbewegingen, de directe confrontatie ontvluchtend, weinig verkondigend. Daarmee zal ze haar eigen tijdskader opleggen. Als we nog maar amper geïdentificeerd zijn, verspreiden we ons alweer, de repressie achter ons latend, onszelf opnieuw samenstellend op onverwachte manieren en plekken. Wat doet de een of andere specifieke plek er voor ons toe op het moment dat alle lokale aanvallen – en dit is misschien de enige waardevolle les van het hele Zapatista gebeuren – een aanval op Empire zijn? Het belangrijkste is om nooit het initiatief te verliezen, om het tempo nooit door de vijand te laten opleggen. En, boven alles: om nooit te vergeten dat onze slagkracht niet verbonden is aan hoe goed we wel of niet bewapend zijn, maar aan de kracht van de positiviteit die we opbouwen.

Noten:

[a] – Noot van de vertaler: Empire is een term gepopulariseerd door Antonio Negri en Michael Hardt (maar door Tiqqun anders gehanteerd wordt) en duid op de huidige vorm van globale dominantie die voorbij natiestaten en klassiek imperialisme rijkt en eerder een difuus en gedecentraliseerd machtsnetwerk vormt. Voor Empire is de vijand niet langer ideologisch en nationaal, maar crimineel, een bedreiging voor niet alleen het politieke systeem of de natie, maar voor de wet, beschaving en moraliteit zelf

[b] – Noot van de vertaler: De ‘warmachine’ is een concept uit het werk van Gilles Deleuze en Felix Guattari dat een difuse verzameling sociale groepen, relaties en netwerken met een gedecentraliseerd karakter aanduid voor wie oorlog secundair aan haar bestaan is (in tegenstelling tot het oorlogsapparaat van de staat). De ‘warmachine’ vormt altijd een buiten voor de staat, met name in haar originele vorm als statenloze nomadensamenleving, maar kan ‘gevangen’ worden in de machinaties van het staatsapparaat, evenals sociale bewegingen gecoopteerd kunnen worden. Zie Nomadology: The war machine, Deleuze & Guattari (2010).

Advertisements